19 december 2011

Over kerstpakketten in een kasteel en oorbellen.

Nou, hebben we allemaal de kerstboom weer in huis, mensen?
Goed zo.
Ik ook hoor. En hij is heel mooi. En ik heb pas 3 keer nieuwe lampjes erin gehangen omdat ze steeds kapot gingen. Met alle gevolgen (kapotte ballen, dennennaalden all over the place, een wirwar van snoeren en uiteindelijk een schaar) van dien.
Maakt verder niet uit.
Bijna kerst betekent ook kerstpakkettentijd! Jieha.
Nu heb ik de afgelopen jaren bij een werkgever gewerkt die niet deed aan kerstpakketten maar wel aan 'etentjes met de collega's'. Ook leuk. Maar toch minder.
Maar momenteel zit ik bij een bedrijf dat vorig jaar zijn werknemers bovenop het standaard kerstpakket óók nog een iPod cadeau deed, dus ik wreef mij al verlekkerd in de handen en had pastelkleurige visioenen van mezelf met een gelukzalige glimlach en iets met een iPad.
- geluid van een krassende naald over een langspeelplaat-
Geen iPad dus.
Desalniettemin. De directie had iets anders leuks bedacht.
We mochten ergens in een idyllisch kasteeltje dat verlicht was met kaarsen en open haarden zelf ons kerstpakket samenstellen.
Door de vele gangen stond een kerstmarkt opgesteld met winkeltjes van diverse pluimage; een boekhandel, een Hubo, een woonwinkel, die ene parfumerie die het life beautiful makes en meer van zulks.
Dus 160 man togen met hun boodschappenmandje door het kasteel om op kosten van de baas te gaan shoppen.
Was me dat even leuk.
Praktisch ingesteld als ik ben, koos ik als eerste voor een eh...kindersneeuwschep.
Een kindersneeuwschep, hoe kinder ook, past niet zo lekker in een boodschappenmandje dus liep ik twee uur lang verontschuldigend rond omdat ik mijn collega's met die schep telkens om de oren sloeg en ze op diverse ongewenste lichaamsplekken er mee prikte.
Dat ik hem ook even weg had kunnen laten zetten, komt dan in mijn hoofdje niet op hè.
Maar goed, laat die horrorwinter maar komen; mijn kinderen maken de stoep wel vrij!
Ja hee, een grotemensensneeuwschep paste er natuurlijk helemáál niet in, hè.
Verder vulde ik mijn mandje nog met een boek, kaarsendingetjes, een plaid, oh mensen wat een heerlijke plaid, zo zacht, zo zacht en zo groot zo groot, handcrème, balsamicospul en verder weet ik het niet meer.
Maar echt, gewéldig leuke formule. Vond ik.

Nu wilde ik eigenlijk nog wat vertellen over mijn overhangende oogleden, want die heb ik, aan 1 kant dan, kwam ik deze week achter, maar die klaagzang bewaar ik voor een andere keer.
Maar het is vréselijk, dat kan ik jullie wel alvast vertellen.
.....

Dus dan sluit ik af met de oorbellen van Olivia.
Het kind heeft namelijk sinds gisteren gaatjes in haar oren.
Jajajaja. U dacht misschien dat wij haar al oorbelletjes hadden gegeven toen ze een half jaar oud was, want er is natuurlijk níks geiniger dan een bijna haarloze baby met gouden blingbling in haar miniatuur oorlelletjes (....), maar nee, dat hebben we niet gedaan.
Zaterdag zat ze op haar hurken voor de accessoire-afdeling van de Hennes en Maurits en verlekkerde zich om alles wat haar toeblinkte.
'Oeeee', verzuchtte ze. 'Wat zou ik díe graag willen hebben, mama.' En ze wees naar iets met vlinders met vleugels van nepdiamanten.
'Bwuhk', kuchte ik, mijn bewondering tonend voor deze prachtige juwelen.
'Maarja, je hebt nog geen gaatjes hè', zei ik en herinnerde haar eraan dat ze in haar broek had gescheten toen ik vertelde dat 'ze met een pistóól gaten in je oren zouden schieten'.
Ja nee maar ja nee, maar ja, nú durfde ze het wel, dacht ze, zei ze.
'Goed', zei ik. 'Regelen we dat morgen.'
En zo fietsten we de volgende dag naar een winkeltje met de obscure naam Boetiek Bunny.
In volledige stilte. Op het geluid van een ontsnapt angstscheetje na dan.
Voor de deur vroeg ze nog 'Het doet maar even pijn, hè?' en ik knikte geruststellend.
Er werden twee vilstiftstipjes op haar oorlelletjes gezet, ze mocht een paar oorbellen uitzoeken (zilverkleurige minihartjes) en opeens stonden er twee vrouwen aan weerszijde van haar met De Pistolen.
Olivia slikte, ik knipoogde bemoedigend en KNAL! Hoppa.
Gaatjes.
En traantjes.
Mooi zijn, pijn lijden, u kent het spreekwoord wel.
Maar niet veel later was het leed al vergeten. Stuiterend van vreugde liet ze haar vriendin haar vuurrode oorlellen zien waar de kleine zilveren hartjes in schitterden.
Nouja. En dan ben ik ook blij hè. Voor haar.





















En over zes weken, als de zweeroorbelletjes uit mogen, krijgt ze deze.
Prachtig toch?!
niet? 



Zelf heb ik ook nieuwe gekocht trouwens...








15 december 2011

Two annoying things in the gym (Wiederholung)




(omdat het in mijn kleine wereldje nog steeds actueel is, haalde ik heel laks even een logje uit mei 2009 van stal.
Anders denken jullie dat hier nooit iets nieuws komt.
Dat is het natuurlijk ook niet, maar er zit vast wat vers bloed onder de lezers.)


'Oké.
Twee dingen.
1. Aan die jongen met de pronte borstjes: easy met dat butterfly-apparaat. En bankdrukken? Doe maar wat minder.
2. Aan dat walgelijke stelletje: kussiekussie en gegiechel mag niet in de sportschool. Ik moet ervan kótsen. Kotsen! Horen jullie me?
1. Aan die 2 blonde dunne bimbo's: rot op van dat hip abduction device als je er alleen op zit om te bespreken wat hij zei op MSN en wat jij toen zei en dat je zaterdag écht vet hebt gestapt en dat je je toen nog door hem en hem hebt laten....nouja. Rot op.
2. Aan dat meisje met het grijze strakke t-shirt: In grijze strakke t-shirts zie je héél héél goed de zweetplekken onder je oksels. Heel goed. Niet meer aan doen. Doe maar niet. Niet.
1. Aan dat getinte meisje 2 crosstrainers naast mij: wáárom zwéét jij niet? En waarom loop je zelfs niet rood aan? Zelfs niet als je net als ik 20 helse minuten op dat ding staat. WAAROM NIET?
2. Aan dat meisje met dat witte t-shirt met die kikker erop: dat shirt absorbeert geen zweet, meid. Dus voelt het 1,5 uur lang aan alsof je in een zweterige regenpak aan het sporten bent.
1. Aan Eurosport: God. Nadal is écht een lekkere tennisser.
2. Aan Bryan de aap van Animal Planet: Je bent geen lieve aap. Niemand wil je vriendje zijn omdat je iedereen in elkaar rost.
1. Aan de stokstaartjes van Animal Planet: ik vind jullie zó leuk! Jullie zijn mijn favoriete beesten. Ik wil een stokstaartje als huisdier.
2. Aan de jongen die 'werkt' in de sportschool: als ik 2 oordopjes in mijn oren heb, betekent dat dat ik niet wil kletsen. Ik herhaal: ik wil dan níet kletsen.'

Door de jaren heen zijn er nog wat andere eh..bijzondere personages bijgekomen.
Zoals De Dolle Tweeling.
Die zien er dus hetzelfde uit, zoals dat vaker is met tweelingen, maar dan ook écht hetzelfde.
Fascinerend.
Hele speciale meisjes uit een land waar ze van die lange benen hebben en flinke heupen en zwarte glanzende haren, maar ik weet even niet welk land.
En ze bewegen heel mysterieus.
Zover alles prima, alleen hebben ze zich inmiddels ontwikkeld tot kirrende grietjes die met hun hormonen geen raad weten en dus giechelend en kronkelend aan crosstrainers hangen, als er maar een man op staat.
Misselijkmakend. Jammer ook.
Dan is er nog de Sterk Riekende Jongen die wel eens naast mij op het roeiapparaat gaat zitten.
Niet om te roeien, oh nee, maar om naar de tv te kijken, liefst boksen.
Dan zit ie daar, wijdbeens en wijdarms, waardoor alle onwelkome geurtjes alle kans krijgen om zich onder mijn neus te kringelen, mijn neusholte binnen te dringen en vervolgens diverse hersencentra uit te schakelen.
Waaronder het 'Neutraal Gezicht'-centrum.
Dus kan ik alleen maar vol afschuw en met een afgewend hoofd verder roeien.
Oh, en dan is er nog het Lotusmeisje.
Dat op een matje zit, te midden van die zweterige, lawaaierige ruimte, met een eng sereen seriemoordenaarsgezichtje alsof ze ergens in Ubud (Donesië) boven een Indische waterlelie zweeft.
Als ze klaar is met voor zich uit staren en rekken en strekken, begint de origami.
Ze vouwt zich dan in allerlei miraculeuze houdingen, die mij nog het meest doen denken aan de aanblik van een lichaam dat net van de 42e verdieping van een flatgebouw gestort is en alles wat er te breken is, gebroken heeft.
Heel smaakvol.

...

Ach. Nouja. Whatever.
Goed verhaal weer.

TIS BIJNA KERST!
Ja. Ik dus.(in 2009) Rotshirt.
Maar het staat zo geinig.
Net als die verhitte rode wangen.

6 december 2011

Semles

'Oh mama! Ik heb jou op de radio gehoord!' zei Olivia toen ik haar naar bed bracht.
Ik dacht, het kind is confuus.
Ik heb háár op de radio gehoord.
Na wat doorvragen bleek dat mijn moeder vandaag had lopen stunten met onze sterk verouderde stereo installatie waar nog een stókoud bandje inzat.
En op dat bandje sta ik.
Als een oesiepoesie klein baby'tje tot 3,5 jarige, vastgelegd door mijn vader.
Want meer hadden wij in die tijd niet.
Een geluidsrecorder. En dat was het wel.
Geen videocamera, geen eh...filmding.
En natuurlijk geen digitale camera of WHAHA een iPhone.
Duh.

Dus ik nam dit op van de radio, met mijn iPhone, ploeterde me twee uur door Windows Fokking Movie Maker heen, dat ging enorm moeilijk, riep en passant nog eens lekker 'Houd je bek!' tegen die irritante Plus-reclamelui en toen leek het wel te lukken en nu moeten jullie hier naar luisteren.

Alsjeblieft?


video










29 november 2011

Dit stukje gaat over Sinterklaas maar is desondanks bést leuk!

Het zal niemand ontgaan zijn dat de Sint in het land is. Uitroepteken!
Huishoudens zijn gevuld met stuiterende, manisch stuiptrekkende kinderen en dat al 2 weken lang en dat nog een volle week te gaan.
Hier overigens niet, hoor.
Olivia en Tijl laten alles gelaten over hen heen komen en zetten enkel een vroom gezichtje op als het volgens de schoenkalender (HANDIG! TIP!) tijd is om hun schoen te zetten.
Verder doen ze heel normaal. Waardoor ik soms zelfs vergeet te dreigen met 'oh wee, als de Sint dat ziet!'
Such a loss.
Want ik wil zó graag eens op hele natuurlijke wijze, met de nodige spaties en stiltes zeggen:
Sinterklaas, houdt van zoet. En van knap. En van goed.
En 'k weet vast, ben je stout, dat hij niet van je houdt.
Maar goed. Ik ben tenslotte niet geboren in 1932.
En kaatsenballen doen we tegenwoordig alleen nog maar figuurlijk.

Over de jaren '30 gesproken (mhoehaha...like a bridge over troubled water hè!): zondag zagen we de 'gezellige grote sinterklaasfilm' Bennie Stout.
Maar ach! Ja nee echt! Wát een leuke film!
Het speelt zich af in de jaren dertig, het is opgenomen in het Enkhuizer Zuiderzeemuseum en de schattige A-lijnkinderjasjes vliegen je om de oren.
Ook opvallend veel petrolkleurige kleding trouwens, herinner ik me plots weer. Vreemd.
Benjamin Stout woont samen met zijn moeder en broertje (in een museum! maar dat zeggen we hem natuurlijk niet) en nu pakjesavond nadert, wil hij graag dat zijn in Spanje werkende vader ook van de partij is.
Dat gaat natuurlijk niet zomaar, want papa moet géld verdienen, géld, anders moet moeder Hanna Verboom voor ééuwig het zilver poetsen in het huis van de burgemeester, die een vreselijk gemeen zoontje heeft en een hysterische vrouw, en dat wil niemand.
Dus wat doet die gekke Bennie? Die doet heel stout. Schrijft zichzelf in het Grote Boek en wordt vervolgens - kinderschrikmoment- door 2 Pieten uit de klas gelicht en on the spot in de zak gestopt.
Volgens Bennie de perfecte manier om in Spanje te kopen en goedkoper dan Cheaptickets.nl.
'Dag klas! Ik stuur nog wel een kaartje!'
Goed.
En zoals dat hoort, wordt er natuurlijk ook gezellig in gezongen en ontdekte ik zelfs een ware mini flashmob in de film!
Ga zelf maar kijken, ik vond hem leuk!
Trailer:



En gisteren had Olivia even zelf haar Five minutes of Fame.
'Olivia (6 jaar, kritisch en wantrouwend) wil graag weten hoe Sinterklaas binnenkomt in de huizen' sms'te ik naar Giel Beelen.
Sinterklaas was bij hem in de studio en kinderen mochten hem vragen stellen, dus toen ik Olivia vroeg of zij misschien een vraag had aan Sint, kwam ze met deze.
Tien minuten later, midden in de ochtendspits natuurlijk, ging de telefoon.
'Oh', zei ik terwijl ik nonchalant mijn telefoon uit mijn broek viste en met de andere hand een broodtrommeltje vulde, 'dat zal Sinterklaas zijn.'
Nou. En dat was ie dus.
En dat Olivia met hem sprak, kun je via onderstaande link horen.
Vanaf 5.35 m!

Hoor wie klopt daar? Sinterklaas is in de studio!

23 november 2011

Vorige week was een mietje

Schreef ik vorige week dat ik het druk had?
Vorige week was een míetje vergeleken bij deze week!
Een mietje! A Bob Faget!
Nee dan deze week.
Tis een aaneenschakeling van hot naar her en snip en snap en in en uit en op en neer.
Snip snap? Ja, snip snap.
Dat ik nog verdomme tijd heb om te slapen!
Oh wacht. Dat heb ik ook niet. Vandaar de wat gefrustreerde trek om mijn mond die u, dank hemels, niet kan zien.
Ik heb ternauwernood naar Grey's Anatomy kunnen kijken! Ik bedoel maar!
Twee dagen cursus in het diepe zuiden (saai), twee oudergesprekken (zéér goed, jeej), een tandarts, een playdate, een X Box overdacht met Quirkie (gezellig!), eters, een personeelsuitje, yada-yada-yada.
Natuurlijk, natuurlijk, een volle agenda plant men zelf, weet ik wel, weet ik wel, maar het wordt *verheft stem* HOE DAN OOK SINTERKLAASAVOND EN DIE CADEAUTJES KOMEN *stem slaat over* ÓÓK NIET VANZELF IN HUIS HÈ?

Dus.
Nouja.
Zucht.


Sja. Die rode O op maandag hè.
Dan weet je het wel.
Ndaag.

15 november 2011

Hinkstapspringen op de maan

Ik dacht vanochtend: God, ik moet nog wat op dat log schrijven!










Dus.


M'n boodschappen nog doen
En straks de vuile was
M'n haar dat wil ik groen
Maar dat kan morgen pas
De huur nog overmaken
En de tandarts zometeen
Naar Valkenburg of Aken
Waar moet ik dit jaar nou weer heen
008 Bellen
Had ik dat boek nou uit of niet
Girokaarten bijbestellen
Vergeet de vuilniszakken niet
Die afspraak was veranderd
En, oh, verrek, dat feest
Naar de nieuwe van Fellini
Ben ik gelukkig al geweest
Ik ben geweest

Zoveel te doen
Ik heb nog zoveel te doen
Ik moet de zon in Japan onder zien gaan
Zoveel te doen
Ik heb nog zoveel te doen
Ik moet het oerwoud eens in bloei zie..

Oh wacht!
Foto's! Ja.
Moment






1) lampionnentocht
2) lampionnentocht
3) Pyjama Piet
4) Sinterklaascadeau. (voor de kínderen!)
5) Pregnant Iben

5 november 2011

Over kraters in schedels en Herman Koch

In stresssituaties kan ik mijn kalmte bewaren:
( ) ja
( ) nee
( ) weet niet
   
Er zijn van die momenten die je ver in je onderbewustzijn aan voelt komen.
Niet lang van tevoren, maar ongeveer een paar trage seconden voordat het gebeurt.
Zo'n héél klein alarmbelletje, dat zegt: lét o-hop! Nú kun je nog ingrijpen!

Nu hoor ik dat alarmbelletje wel vaker.
Omdat ik moeder ben van Tijl.
En Tijl vindt het leuk om af en toe een steentje tegen dat belletje te mikken.
Meestal kijk ik dan wel op, alert, en zie dat het -weer meestal- wel goed afloopt.
Gisteren was dat dan even niet zo.
Ik luisterde niet naar het belletje en het liep niet goed af.
Ja nou ja. We leven allemaal nog hoor! Hee!
Dus.

Één minuut voor...
Een heerlijke vrije vrijdagmiddag, lente in november en ik at een ijsje met mijn kinderen op een bankje in de stad.
Gezellig.
Tijl hoefde z'n ijsje niet meer, gaf het aan mij en besloot om, wat jongens nou eenmaal doen, op en over de bankjes te gaan klimmen.
Ik zei een keer of 3 rather lafjes 'kijk je uit, Tijl.' waarop hij antwoordde met een 'Jaha.'
Daar was dat alarmbelletjemoment. Dat zei: Draai je om, roep hem tot de orde en laat hem iets anders gaan doen.
Ik genoot van het ijsje en van het mooie weer en dacht 'Hoorde ik daar iets? Nee.'
Maar toen hoorde ik dus wel wat, een klap, een val en een huilend kind.
Opspringen, kind oppakken, vragen waar de pijn is en zijn handjes, die naar zijn voorhoofd grepen aan de kant doen, kijken wat de schade is.
Ja mensen. En wat er toen met me gebeurde, God knows.
Maar ik haalde Tijls handen weg en staarde in een diep, bloedend, gapend gat boven en door de rechterwenkbrauw van mijn kind.
Ik zag een gat en het zag eruit alsof zijn schedel kapot was.
Mijn kinds hóófd was kapot, compleet stuk, een gat geslagen in het bot, en hij zou doodbloeden.
Dat was denk ik mijn gedachtegang.
Ik maak voor de verandering even geen grapje en overdrijf hier niks, maar dat is wat ik dacht
Zo zag het er ook uit.
Mijn gedachten gingen razendsnel, 2 kinderen, 2 fietsen, ziekenhuis, HOE? WAT? Z'n schedel is kapot!!
Serious braindamage! Blunt force trauma!
Nu komt dan het gedeelte waar ik me met terugwerkende kracht voor schaam. En van baal.
Ik dacht na, sloeg lam en....zette het op een krijsen.
Iets met help! en ziekenhuis! en help dan toch!
Dat is alles wat ik kon.
Geen rust, geen kalmte, geen ratio, geen voorbeeld voor mijn zoon en dochter, nee, pure hysterische jankende paniek.
Ge-weldig.
Er waren mensen die keken, die niets deden, maar gelukkig waren er mensen die aansnelden, 112 of whatever belden, zich ontfermden over mij, mijn huilende dochter en mijn gewonde zoon.
Een mevrouw maande me tot rust. Ik stond daar maar, mijn hoofd tegen dat van Tijl gedrukt, huilend, panisch, the Ugly Cry.
Ik moest rustig worden, zei ze. Ik was de moeder, zei ze. Ik moest diep ademhalen, zei ze.
Nou. Dat deed ik dan maar.
Ze bleef bij me, praatte op me in en drukte een zakdoek, die al snel doordrenkt was van bloed, tegen mijn zoons voorhoofd.
Ze wist hoe het voelde, ze had zelf een 16-jarige skateboarder, ze praatte oneindig en ik luisterde.
Ze praatte tegen Olivia, die nog steeds huilde van de schrik, waardoor ik opeens realiseerde dat mijn dochter er ook nog was.
Tussen de omstanders was een huisarts die kwam kijken en een lieve lieve man die sprékend op Herman Koch leek, -ja nee, maar echt, dat was eigenlijk heel grappig, dat wilde ik nog tegen hem zeggen, hee, u lijkt op Jos van Debiteuren Crediteuren! Is juffrouw Jannie er ook? Nee? Edgar? Storm? maar het was niet helemaal het moment- die het alarmnummer gebeld had en bleef wachten tot er iemand kwam.
Ik was bang. Ik was gewoon bang. Ik was te bang om nog een keer naar Tijls hoofd te kijken.
De opengesprongen huid met daaronder bloed en bot. Ik wilde er niet meer naar kijken.
'Het valt mee,' zei iemand maar ik geloofde er niks van.

Uiteindelijk viel het natuurlijk wel mee.
Mijn kereltje werd op de Eerste Hulp zonder verdoving gehecht.
Dat was beter, zei Doogy Howser. Minder prikken, betere genezing yadayadayada.
Harder huilen, dachten wij.
En na de hechting goten ze nog wat secondelijm in de wond. Sewondenlijm.
Ah, ziet u, daar heb ik alweer wat praatjes.
Tijl ook.
's Avonds roste hij alweer met zijn nieuwe ambulance-autootje door de kamer.
Met mij was geen land meer te bezeilen. Volledig afgebrand en een knallende hoofdpijn want zo'n adrenalinerush kost schijnbaar nogal wat energie.
Maar Jezus hee, wat een aanfluiting was ik.
Wáár was daadkrachtig, kordaat en *opent synoniemen.net* gedecideerd, kloekmoedig en dapper?!
Zo ken ik mij niet.
Nouja. Leermoment dan maar hè.
Rust bewaren! Godsamme. In -en uitademen kun je ook doen zonder gierende uithalen.
En alarmbelletjes, hoe zachtjes ook, zijn om naar de luisteren.
Want iets zegt mij dat dit niet de laatste keer was dat we bij de Eerste Hulp zaten.
Het was tenslotte ook niet de eerste keer.

Nouja. Toestand joh.
All's well that ends well.
Vanaf nu ben ik zo'n moeder die altijd zakdoekjes in haar tas heeft.
En een helm.

Trui met horizontale streep en decoratieve bloedvlekken.

Weer lachen met de 'coole' spuiten die hij meekreeg van de dokteur.

Ik had er ook wel één willen hebben. Eigenlijk.
(maar die comic sans hè....jammer)

Zo zie ik hem het liefste. Bij voorkeur zonder pleister,
maar  lachend is al goed genoeg. 

'Jongens, jassen aan! Olivia, sjaal om. Tijl, helm op. Goed, we kunnen gaan.'


1 november 2011

Mijn leven als krantenbezorger


En zo zag ik er in die tijd uit. Als ik wakker was. (r)
Ik was dus ooit krantenbezorger. Heb ik dat al eens verteld?
Niet zo'n huis-aan-huis-blad-bezorger, dat zijn de slappelingen, die het gewoon overdag of na etenstijd doen. Losers.
Nee! De Echte!
De die-hards, de Crack of Dawn-ers, de Vleermuizen van de Gedrukte Inkt....nu word ik te poëtisch.
Enfin.
Ik deed dat dus, toen ik een jaar of 15, 16 was.
Ik had ooit tijdelijk van iemand een wijk overgenomen - zo noemt men dat, in de bezorgelarij- en niet lang daarna belde de krant -dat is daarna ook nooit meer gebeurd- of ik een eigen wijk wilde.
Ik woog af; héél vroeg op en veel geld om Gapstarspijkerbroeken, Junior-haarspray en de vurig gewenste Sancho's-laarzen te kopen of op een normale tijd uit bed en zakgeld sprokkelen voor die Van Haren-laarzen.
Ik koos het eerste.
Ik kreeg een lijstje met de huizen uit de betreffende wijk die een krant moesten hebben, een blitse felrode fietstas en nog de waarschuwing: Wel vóór 07.00 uur hè!
Nou ja. En dat deed je dan hè.
Ik begon in oktober. Koud, nat, en donker. Hardcore.
De wekker om 5.00 uur, snel wat aantrekken en m'n oude oversized winterjas aan.
Hoe heetten die ook alweer? Zo'n onhandige dikke jas, die je over je hoofd moest aantrekken, dus zonder rits, alleen zo'n belachelijk klepje aan de voorkant die ergens in de jaren 90 ontzettend hip waren.
Hoop ik.
Zo één dus. En dan fietste ik om 5.15 uur naar het distributiecentrum van de krant.
Met een reusachtige blauwgele walkman in mijn jasklepje. Hándig!
Soms moest je nog even wachten op de krant, want dan was er iets mis met de persen en dan zat ik in een tl-verlichte ruimte met de andere bezorgers en een drekkige koffie-automaat.
De andere bezorgers waren vrijwel alleen mannen. Jongens.
Ik kan me geen meisjes herinneren.
Met terugwerkende kracht vind ik het nu ook een beetje raar dat ik er dan wel was.
Ik weet niet of me dat nu juist heel stoer maakt of een eng manwijf.
Hm.
Goed. Op een morgen lag er een briefje op mijn stapel kranten.
Een klacht. Die lagen daar wel vaker. Omdat ik bijvoorbeeld door het zorgvuldig aangelegd perkje van een bejaardenwoning liep. Maar hee, dat ging sneller dan weer eerst netjes dat looppad op en neer.

Deze klacht betrof het niet bezorgen van de krant.
Dat was raar. Want ik had nooit een krant over en wist de route en de huisnummers inmiddels uit mijn hoofd.
Maar ik kon me ook vergissen, niets menselijks is mij tenslotte vreemd.
Dus ik stopte die ochtend heel bewust die krant in die brievenbus.
De volgende ochtend was er weer een klacht. Van hetzelfde adres. Weer geen krant!
Wel gossiemikkie, dacht ik. Hoe kan dát nou!
Ik keek naar de krant, ik keek naar het huisnummer, keek naar de krant, prevelde het huisnummer voor me uit en stopte de krant. in. de. brievenbus. Sjek-sjek, dubbelsjek.
Maar de volgende dag lag dezelfde dit maal rood omcirkelde klacht op mijn stapel kranten.
Opeens ging mij een lampje branden.
Met mij reed er 's ochtends ook een Telegraafbezorger rond, op zo'n lawaaierige brommer, die in dezelfde wijk bezorgde.
Nadat ik de krant bij het klachthuis had bezorgd, verstopte ik mij achter een struikje.
Ik hoorde de brommer aankomen, zag hem naar het huis er naast lopen, sjokken, met een te zwaar hoofd, maar dat kwam wellicht omdat ie zijn helm ophad, daarna liep hij naar 'mijn' huis, wipte de brievenbus open EN HAALDE MIJN KRANT ERUIT!
DIEF! STELER! ONTVREEMDER! KRANTOMAAN!
Dus ik vloog vanachter mijn struikje vandaan, in het ochtenddonker en begon tegen deze behelmde onverlaat te briesen.
Om 6.00 uur 's ochtends belaagd worden door een meisje met teveel wenkbrauw en teveel jas....
De knul schrok zich een helmpje hoedje. Net goed.
Ik kreeg geen klachten meer.

Niet veel later ben ik gestopt met mijn krantenwijk.
Ik was met oud en nieuw langs de deuren gegaan (Uw krantenbezorger wenst u een gelukkig nieuwjaar!! Geld?? Ja?)  en had de mensen verrast met mijn meisje-zijn, waardoor ik een Godsfortuin had opgehaald.
Bovendien schreeuwde elke dinsdagmorgen in het eerste uur de leraar tegen me, 'Van Der Poel!! Kappen met die krantenwijk!!' omdat ik zat te knikkebollen boven Dictatuur en Democratie in het Duitse Rijk.

Moraal van dit afschuwelijk lange verhaal:
MAURO MOET BLIJVEN!

Euh.
Pff.

24 oktober 2011

Hoeveel is plus negen?

[kwelende moedermodus aan]

Vanochtend vond ik 'm toch weer zo peuterachtig aandoenlijk, die Tijlie van me.
In z'n te krappe flanellen pyjamaatje van vorig jaar en z'n Spidermanslofsokken scharrelde hij door Olivia's kamer en maakte al mompelend en neuriënd wat legpuzzels.
Terwijl ik beneden m'n Special K Pure Chocolade naar binnen slobberde, fluisterschreeuwde hij bovenaan de trap of ik nog even kwam kijken.
En dan staat ie daar, zijn handen in tadá!-stand, z'n buikje vooruit én ontbloot vanwege die lastyearpyjama, 1 slof flubbert als een clownschoen aan zijn voet en dan dat heerlijke slaperige koppie met de immer stralende ogen.
'Ik kom met je knuffelen,' zegt ie. 'Omdat ik de puzzels zo goed kan maken.'
Die puzzels zijn me dan een rotzorg.
Dat mannetje daarentegen, dat tegen me aanleunt en trots zijn werk bekijkt, en me daarna zijn wang aanbiedt, met zo'n heerlijk stinkend slaapmuiltje, die wil ik wel voor altijd bewonderen.
Soms bedenk ik me dat ie ooit een pukkelige chagrijnige puber wordt, die kokhalzend zijn wang afveegt als zijn ouwe moedertje er een kus op durft te drukken, die de hele dag op z'n Axe-overgoten kamer zit en met wat geluk ergens rond etenstijd morrend naar beneden komt om wat aardappelen in zijn slungelige lijf met de te lange armen te stoppen.
Dat dat moment nog maar lang op zich laat wachten.
En dat ik deze momenten maar nooit zal vergeten.
Voorlopig hangt ie nog aan me als een apie op de rug van zijn moeder.
En stelt me ingewikkelde levensvragen zoals: 'Als ik heel oud ben en doodgaat, doet dat dan pijn?'
(Daar ga ik van fronsen maar antwoord met volle overtuiging: Nee.)
Met de hersenkraker 'Hoeveel is plus negen?' heb ik al wat meer moeite.
'Wat gebeurt er als je het verkeerde snot pakt?' sloeg me echter totaal lam.
Goddank kwam Olivia hier te hulp en zei stoïcijns dat je dan dat snot over je heen krijgt.
Don't ask. Ik heb ook geen idee. Iets met een ranzig spel waar reclame voor wordt gemaakt op tv.

Ja. Maarja.
Wa'k zeggen wou.
Zo'n ochtend-Tijl. Dat is gewoon geluk in een flanellen pyjama.

[/kwelende moederdmodus uit]

19 oktober 2011

'Fuck' is ook een woord.

Omdat ik hedenmorgen weer op een belachelijk tijdstip op mijn werk was, vraag me niet waarom...oh, je vraagt wel waarom?
Nou leuk dat je het vraagt, het zit zo: ik werk dus tegenwoordig ook op woensdag. Zes jaar lang niet meer gedaan, maar nu, kinderen op school hè, dus ja, meer deelnemen aan de werkende maatschappij, dat bed uit, dat nest uit, de wereld in, de economie draaiende houden, je kent het wel.
Maar woensdag was mijn boodschappendag, waardoor nu elke dinsdagavond de koelkast zenuwachtig begint te trillen en de voorraadkastjes met hun kaakjes beginnen te klepperen, dú-hus, *haalt diep adem* begin ik op woensdag héél héél vroeg, ben dan ook héél vroeg klaar, ren dan naar de auto, stap er in, rijd naar de Alberto, ren daar naar binnen, gooi een karretje vol, ren er weer uit, word door een zenuwachtige cassière gedwongen terug te komen, want ik moet nog wel betalen, betaal, ren weer verder, rij naar huis, berg in alle hoeken en gaten de boodschappen op, haal het pak wc-papier van het dak van de auto, en als ik dan nét het laatste rijstpak op de plank heb gezet, is het tijd om mijn kinderen van school te halen om ze tosti's voor te schotelen en daarna met ze te schaken terwijl ik een half oog op één van mijn Worfeudpotjes houd waar Olivia dan af en toe op meekijkt en heeft geconstateerd dat 'fuck' een woord is, maar dat je, gezien haar moeders strenge gezicht, níet mag gebruiken.
Ontzettend dynamisch, hoor.
Maar goed. Dáárom dus nu alleen maar even een foto.
Want tijpen kan ik nog niet.

En op zondag kijk ik dus graag heel sereen over de Roer met mijn dochter als rugzakje.

16 oktober 2011

De wereldvreemde Chinchin

Deze foto hangt bij vriendin B. op het prikbord in de keuken.
Ik wil hem elke keer mee naar huis nemen, maar ze claimt dat de foto van haar is.
Zelf gejat ja!
Ik moet elke keer weer zo lachen om die foto.
Die waanzinnige ogen, dat dwaze mondje en dat onvoordelig stel kinnen.
Dan leg ik mijn vinger over de onderkant van het gezichtje en tuur heel lang in die donkere oogjes of ik Tijl er nog ergens in kan herkennen.
Want dit is Tijl hè.
Wellicht had u dat nog niet in de gaten.
Maar ik kreeg het maar steeds niet voor mekaar.
'Tijl! Tijl!' riep ik naar de foto. 'Are you in there?'
Zei niks terug. Want ik riep dat ook niet, maar dat is gewoon voor dit verhaal, dat ik zeg dat ik dat riep. Bovendien, áls ik het al riep, dan zou zo'n foto natuurlijk niets terugzeggen.
Pff.
Whatever.
Dus ik dacht, ik vraag Tijl of ie nog eens zo wil kijken. Liet hem deze foto zien, in z'n koppie prenten en het te imiteren. Dit was uiteraard ná onze felle discussie over of hij werkelijk die wereldvreemde ChinChin op de foto was of niet. Ik zei van wel, hij zei van niet. Ik zei, doe 'm nou maar gewoon na, jongen en zeur niet.
Deed ie.


Ja. Nee. Toen zag ik het opeens toch wel ja.

Nou dat dus.
En (nu ga ik dit afraffelen want So You Think You Can Dance mijn cursus bloembinden begint) verder liepen Olivia en ik vanochtend door de nog stille binnenstad van Roermond.
Voordat het -wederom- overspoeld werd met Duitsers.
Samen met een fotografe die haar portfolio wilde vullen en mij gevraagd had met mijn dochter model te staan.
En dat deden we dus. Heel ontspannen en au naturel hangend over een stadsmuur en met de neuzen tegen elkaar aan staan, zoals we dat dagelijks doen.
Dat was gezellig en heerlijk in de zon en Olivia kreeg ook nog een McFlurry Stroopwafel en een draaimolenritje als dank voor de medewerking.
Bij de Maas, liggend op de grond, God knows why, waarschijnlijk op zoek naar m'n zonnebril ofzo, maakte ik zelf ook nog even een fotootje.




En 's middags gingen we naar de Lion King.

in 3D

Einde.
Dág!

10 oktober 2011

Ik denk nog vaak aan kleine Sjaak.


Toen Novy op Twitter bekende dat ze vroeger verliefd was op Lenny Kuhr (...ziek....) moest ik denken aan Connyvandenbos en haar Sjakie van de Hoek.
Dat is tenslotte een kleine stap. Allemaal een beetje hetzelfde chansongenre.
(Laten we dat woord even met z'n allen hardop zeggen: chansongenre. Chan-son-gen-re. Chansjonsjanre.
Dus.)
Soms krijg ik opeens wat flarden van herinneringen, die ik enthousiast omarm, want mijns inziens heb ik te weinig herinneringen aan mijn jeugd.
Zoals de geur in de flat van tante Ali.
Ik weet niet meer wie tante Ali was. Ze was heel oud, iets van negenennegentig en woonde voor mijn gevoel ook op de negenennegenste verdieping van een flatgebouw.
Tante Ali was elke keer als ik kwam een stukje kleiner.
Uiteindelijk overleed ze, toen ik al aan het puberen was, en zij waarschijnlijk de size of vrouwtje Teaspoon.

Mijn herinneringen. Flarden van huizen, omgevingen, mensen, geuren, meer is het niet.
Post-traumatisch of gewoon een waardeloos geheugen, doet er niet toe, te weinig in elk geval.
Toch eens onder hypnose gaan ofzo.
Maar goed. Conny dus.
Ik was een jaar of negen, mijn ouders waren al een tijdje gescheiden, het was zondagmorgen en ik was met mijn vader in het enorm blits ingerichte flatje van zijn vriendin; thans zijn vrouw.
Enorm blits moet je opvatten als voor die tijd enorm blits.
Een strakke vijfhoekige tafel met hoekige en oncomfortabele stoelen, een vitrinekast met veel zwart -en driehoek-accenten, een lederen bankstel met rode en zwarte kussen; allemaal heel Mondriaan.
Ik weet nog dat ik die ochtend veel te vroeg uit mijn logeerbed was geslopen om in de koelkast een AfterEightje te snoepen.
Die had ik de avond van tevoren voor het eerst geproefd.
De chocolaatjes waren zo flinterdun dat ik net zo goed het lege vierkante zakje in het doosje kon laten zitten.
Niemand zou het merken.
En nog één. En nog één.
Natuurlijk merkten ze het wel.
Soit.
In schril contrast met het hoekige meubilair klonk er die zondagmorgen gezellige ronde Nederlandstalige muziek uit de platenspeler.
De platenspeler. Met een grammofoonplaat.
Ik vond het prachtig.
Ik hoorde Lenny Kuhr met Visite, Boudewijn de Groot met Het Land van Maas en Waal, Conny met Sjakie van de Hoek, Het Werd Zomer van Rob de Nijs, Herman van Keeken's Pappie Loop toch niet zo Snel (waar ik altijd wat geëmotioneerd van raakte), Ramses met zijn Sammy die maar steeds omhoog moest kijken en het prachtige tuinpad van Wim Sonneveld's vader.
Later mocht ik die verzamel-elpee hebben omdat ik hem zo mooi vond.
Joost mag weten waar hij is gebleven.
Die ochtend ergens in 1984 heeft de songtekst van Sjakie zich in mijn hersenen gebrand waardoor ik nu al dagen het liedje voor me uitzing.
Dat is dan weer enigszins beschamend, maar kan mij het schelen.

Ik denk nog vaak aan kleine Sjaak
Groot in 't kattenkwaad
Vlug als kwik, de held, de schrik
Van de buurt en onze straat
Spijbelaar, altijd klaar
Voor 't gappen van een koek
Een ruit kapot dat was een schot
Van Sjakie van de hoek


Nouja. En toen werd ie soldaat en ging ie dood.

5 oktober 2011

Over dapper durven zijn.


De Kinderboekenweek is begonnen met dit jaar het thema Superhelden 'Over dapper durven zijn'.
Daarom waren er vandaag in alle vroegte bekende superhelden te vinden op ons schoolplein.
Van Suske en Wiske tot Harry Potter en natuurlijk deze stoere Pippi!
(Zonder Witje. Oxi Action op.)



2 oktober 2011

Na zomer komt zonneschijn


Moeder Natuur en ik waren al een tijdje op non speaking terms.
Iets met een verregende vakantie en gewoon, wat kleine dingetjes die me niet aanstonden.
Afspraken niet nakomen, met de herfst heulen in augustus, niks laten horen in de weekenden en dan weer heel overdreven aanwezig zijn op maandagen.
Hou 'k niet van.
Maar deze week zijn we weer schoorvoetend tot elkander gekomen en vandaag heb ik zelfs gezegd: hee man, je bent een tof wijf, Naat!
Wij gaan zó way back, Naat ik en ik, dus ik mag Naat zeggen.
En omdat weermannen en moeders en zelfs volslagen vreemden tegen elkaar riepen 'Vandaag is het de laatste zomerdag! VANDAAG! LAATSTE! ZOMERDAG!' werd de druk een beetje opgevoerd om er VANDAAG! dan ook van te gaan genieten.
Als het dan toch zomer was, dan moesten de kinderen ook maar op een strand(je) gegooid worden, iets  waar ze dit jaar gewoon nog niet geweest waren.

Dat strand in Frankrijk waar we onszelf door de bijtende kou en de harde wind bíjna vrijwillig in fleece hulden niet meegeteld dan.




'Hier ligt modder!'
- Dat is nat zand.
'Het lijkt op poep.'
- .....
 

En koud ja.  Kouwe poep. 

Tijl was vooral goed in úit het water rennen.
Olivia het waterratje ging hardcore kopje onder.
'Ik doe de rugkrauwer!'


Aanschouw De Wat Onhandig Geplaatste Stok
gevolg van Photo Angle Fail by Mother.
Sorry hoor.


Aanschouw De Ontevreden Arnie Alberts-blik.
('Peter, geloof me, man. Helmink is je moeder, man!
Nu. Waar is mijn bodywarmer? Linda!')



Alles leuk en aardig nu.
Laat die herfst nu maar komen.
Ik krijg de seizoenen zo toch niet meer met goed fatsoen uitgelegd aan mijn kinderen!

Wat komt er na de zomer?
- Herfst.
En daarna?
- Zomer.
Hoe groot is de aarde?
- Herfst.
Mamaaaaaa!

Pfff.

24 september 2011

The A-team

Vandaag moest ik even naar de Lidl.
Daar ging ik heen voor hun onbekende en daardoor onderschatte diepvries paëlla.
Rijk gevuld met inktvis, garnalen, mosselen en veel groentespul.
U weet, niks is mij te gek om een voedzame maaltijd op tafel te zetten, daar wil ik best een stukje voor rijden.
En dan loop ik door die Lidl en even later ook nog door de Aldi en dan ben ik elke keer weer zo verrukt over alles wat ze hebben!
Want ze hebben zoveel! En het is allemaal zo goedkoop!
Ze hebben alles! En alles is maar iets van 0,04 cent enzo! Ja echt!
'Waarom kom ik hier niet vaker?' mompel ik voor mezelf uit terwijl ik in mijn ooghoek een Turkse vrouw 700 flesjes water zie inladen en me een fractie van een seconde zorgen maak of ik iets gemist heb over op het zuiden van Nederland aanstormende satelietbrokstukken.
Maar die gedachte wordt verdrongen door de aanblik van een multihakker.
Want misschien moet ik die wel.
Ik heb altijd graag willen multihakken. Multihakken is a way of life.
Hakken dat is één ding. Maar wil je het goed doen, doe je het multi. Zo is het gewoon.
Maar wacht!
Daar! Een verwarmingskussen voor rug en nek! 'Ideaal voor langdurige, weldadige warmte rondom rug en nek door extra lang rugkussen! Met 6 instelbare temperatuurstanden!'
Misschien moet ik die wel.
Kijk eens hoe content die mevrouw er bij kijkt!

Hoe zalig zal de winter zijn? Op de bank, onder een dekentje met 10 openstaande Wordfeudspellen een goed boek en dan die langdurige, weldadige warmte.
En dat voor maar € 19,99.
Maar goed. Ik was er natuurlijk voor die paëlla. Dus loop ik maar stug door en laat ik me niet verleiden door Mister Choc's chocoladerozijnen, de 100 % buffelledere lederhose (?!), het voetmassageapparaat of de maxiverpakking tiramisu.
Ook de pot olijven the size of a watermelon laat ik staan, maar ik knik wel even geïmponeerd naar hem.
Omdat ik geen aanhangwagen bij me heb, leg ik het familiepak Nepedet wc-papier ook maar weer terug.
Ik ging tenslotte alleen voor de paëlla.

Ja kijk. Die gravadlax had ik nodig voor de salade.
Het ontbijtspek omdat Olivia dat zo graag bij haar gebakken eitje eet.
Die milkshakes, de poffertjes en de ijsjes omdat we een logeetje hadden.
Dan wil je tóch iets extra's doen natuurlijk.
Chips. Moet je gewoon in huis hebben.
En. Potverdórie hee! Die Mister Choc!
Toch meegeglipt hè. Open ook nog.
Nouja. Kan ik het maar beter meteen opeten. 
Ja mensen.
Wat ik eigenlijk wilde zeggen. Joost mag het weten.

Nou.
Hier kreeg ik gisteren kippenvel van. Dus doe mij maar een Guy.
Met een Charlie on the side.




Trouwens. Deze is ook prachtig.


19 september 2011

Grienen. Fascinerend.

Vorige week las ik in ons regionale dagblad een column over De Kinderen van 9/11.
Centraal stond een meisje dat met een medaillon rondliep waar een foto van haar vader in zat die gestorven was tijdens de aanslagen op 11 september 2001.
Ze heeft hem nooit gekend omdat ze ten tijde van de aanslagen nog veilig in moeders buik zat en pas geboren werd in oktober 2001.
De column vertelde kort over een aantal kinderen dat de afgelopen tien jaar gevolgd was in het kader van '9/11 betekent niet alleen dood maar ook nieuw leven.'
Het was geen emotionele noch vals sentimentele column, het waren gewoon feiten, maar toch liepen plots de tranen over mijn wangen.
Met zo'n snik erbij. Ook nog.
Het was ochtend, ik zag er al niet zo best uit en nu ook nog janken?
Ik ging snel op zoek naar mijn kinderen zodat ze me konden irriteren en ik de tranen kon wegvegen.

Afgelopen vrijdag raakte ik naar aanleiding van deze foto met een paar Twitterdames in een snotterig gesprek over 'hoe groot dat maar allemaal wordt' en 'hoe snel dat toch allemaal gaat' en 'waar onze kleine weerloze baby'tjes toch in hemelsnaam waren' en 'konden we ze nog maar eens voelen en ruiken met hun kleine meconiumkontjes' en ik kon wederom mijn make-up bijwerken.
Diezelfde avond mocht ik aanwezig zijn op de surpriseparty van een 18-jarige.
Toen ze volledig verrast (surprised in het Engels, vandaar de naam surprise-party!) binnenkwam en van blijdschap (hoop ik) begon te huilen, jankte ik mee. Vriendin B. deed ook van 'boehoehoe'.
Even later moest de jarige wéér huilen (verder vond ze het een heel leuk feestje, hoor) omdat ze een tripje naar haar vriendin in Parijs cadeau kreeg en wederom stonden de moeders met hun handen voor hun ogen te wapperen.
Dat is trouwens ook een fascinerend fenomeen. Dat gewapper met de handen.
Geen idee wat de functie is of wat we zouden willen dat het voor functie heeft.
Maar volgens mij is het niet meer dan 'ik moet bijna huilen maar dat vind ik wat gênant dus geef ik met dit gewapper aan dat ik me daar wel van bewust ben en dat ik er écht níks aan kan doen en het is zo voorbij want ik stel me gewoon een beetje aan.'

Vanochtend hoorde ik Aliyah op de radio.
Het Nederlandse 11-jarige meisje dat Hollands Got Talent gewonnen heeft.
Schijnbaar. Want ik heb het niet gezien. Omdat ik op dat feestje was.
Er werd een stukje van haar optreden ten gehore gebracht en met het aanzwellen van haar 11-jarige stemmetje voelde ik de waterlanders al komen.
Nu vind ik dat ook een prachtig lied dat je te weinig hoort, maar er om gaan grienen?
Het klonk niet helemaal zuiver hier en daar maar desalniettemin raakte het me ergens.
Bagger.
Na zo'n bevalling is niet alleen de bekkenbodemspier verzwakt, maar staan blijkbaar de traanbuizen ook wagenwijd open.
(Ik had deze vergelijking ook anders kunnen maken, maar ik koos voor deze ietwat gekuiste)

Ja joh. En toen was Dirty Dancing gisteren ook nog op televisie en die lift...die lift...en die blik...die blik van Patrick Swayze en en en....nu is ie dóód maar kijk nou hoe ie kijkt en....

Doet me eraan denken dat ik vroeger in de biologieles maar bleef doorvragen hoe het nou toch kwam dat wij menschen gaan huilen bij een emotie als verdriet of vreugde.
Meneer Lenders kon geen bevredigend antwoord geven, ('Je traanbuisjes lopen vol.' - Maar waarom dan'? 'Die lopen gewoon vol.' - Maar hoe kómt dat dan? 'Werk door, van der Poel.')  ging ik weer verder met het tekenen van een celmembraan.
Toch jammer.
Grienen. Fascinerend.


Dit logje is mede mogelijk gemaakt door Allways.
Have a happy period.

7 september 2011

Live is life

CC. Opus

Ik had met een paar Juten een date bij de meren van Zot.
Hun credo was pret en daar kon ik me wel in vinden.
Tótdat die koala erbij kwam. Helemaal high van de qat reed hij op de DJ af en raakte hem op een centimeter na!
'Hee gamer, wat ben jij van zins?!' riep hij. Maar niemand keek op.
Want er was helemaal geen gamer in ons gezelschap.
Verderop zaten een paar Joden, in een grasveld vol madeliefjes en volgden een yoga-les.
Toen de chef echter zei: 'Wil er iemand beef?' keken ze verstoord op en pakten hun boeltje.
'Ge hoeven niet weg!' riep de chef, die blijkbaar uit België kwam en wat moeite had met zijn grammatica.
'Oh, dus we hoeven niet naar een exil?' vroegen de Joden, schijnbaar opgelucht.
Dat hoefde zeker niet. Ook al was het eb.
'Grote kansen...' mompelde de DJ voor zich uit en zette een waardeloze popsong uit de jaren tachtig op.
'Heeft iedereen genoeg bestak?!', gilde de chef overspannen en wilde liefst vandaag nog met de VUT.
'Live is life! Tadaaadadada!' zong iedereen. En we leunden tegen palen.

-wen-

En dit zijn Olivia's nieuwe winterlaarzen.
Want als er op 6 september al een herfstststststorm is, dan is de winter
vast just around the corner.

En dit is Tijl. En die schrijft zijn naam en vindt alles op school
'heel vet cool.'
('Dat betekent leuk, mama.')
(Joh.)
Verder gaat alles goed.
Wordfeuden, werken en jankend aan de broekspijpen van de zomer hangen is zo'n beetje wat de klok slaat.
Life is life.

En dit is een mooi liedje en een nog mooiere clip.
Nee, toch andersom.


25 augustus 2011

Het Keurige Keurslijf en de Straaljager

'Huh?! Ga ik wéér naar school?!' zei Tijl elke dag van deze week.
Gevolgd door een clownesk gezicht en twee handen -palms up- naar de hemel gericht.
Wat een lucky bastard ben ik, denkt ie.
Elke ochtend stapt hij trots de deur uit met zijn rugzakje op z'n rug (dat heb je nu eenmaal met rugzakjes, die zitten doorgaans op je rug), maar niet voordat hij een kritische blik heeft geworpen op de inhoud van zijn broodtrommeltje.
'Het was echt héérlijk!', claimde hij tegen mijn moeder toen ze hem de eerste dag van school haalde.
'Wat zat er in Godsnaam in?, vroeg ze mij later.
'Gefrituurde langoustines op een courgettetaartje met wat couscous on the side,' zei ik.
Tijl vindt álles op school alles fantastisch, dus ook die doodgewone appel en de rijstwafel (caramel).
Ook vandaag weer kreeg mijn snackkeuze (altijd gezond hoor!!) een 'oeeeeeh-yammieyammie'-goedkeuring.
Als ik hem ophaal van school, ga ik ruim op tijd zodat ik stiekem even naar hem kan kijken als hij nog in de klas of op het schoolplein is.
Zo zag ik hem gisteren in een slingerende kleuterpolonaise achter de juf aan de school in hossen en keek toe hoe hij netjes aan zijn tafeltje ging zitten en zijn vinger, om een mij onbekende reden, opstak.
Dit alles met een grote lach op zijn gezicht.
Ik moest mijn oogbollen van het gore grasveldje oprapen.
Mijn ongeleide projectiel dat al 4 jaar schreeuwend en met alles vernietigende maaiende armen door het leven gaat, zat daar.
Op een stoeltje.
Aan een tafeltje.
In het keurige keurslijf.
Praise the Lord. Hallelujah. Bel Derek Ogilvie maar af.
Als de bel is gegaan, komt hij uitgelaten naar buiten rennen en weet van gekkigheid niet wat hij allemaal aan me wil vertellen.
Over de kralenplank waar hij een huisje op maakte, dat het vandaag 24 is (van een willekeurige maand) of over de gymles waar ze Roodkapje deden en er een wolf was en Steef de straaljager was.
(Waarna Olivia hem minzaam glimlachend verbetert: 'De jáger, Tijl. Niet de straaljager.')
Vanochtend hoorde hij dat hij morgen met de klas gaat kleuterzwemmen en vol verheugend ongeloof schudde hij zijn hoofd.
School, jongen, wát een feestje is dat!

Eenmaal thuis merk ik toch dat het allemaal nog wel vermoeiend voor 'm is, want gisteren huilde hij een kwartier hartverscheurend omdat ie niet éérst een lolly mocht en dan pas de boterham.
Vervolgens staart hij een tijd glazig voor zich uit op de bank en daarna is ie weer het mannetje.
Mijn schoolgaande mannetje.
Dat misschien over een tijd wel zegt: 'Móet ik alweer naar school?!'
Maar voorlopig gaat het goed, zijn er geen tranen maar alleen enthousiasme.
Wie had dat gedacht.
Ja.
Mooi.
En zo is het maar net.

22 augustus 2011

'I can see you in the morning when you go to school.' (Part two)*

Natuurlijk. De eerste schooldag. En nú slaapt ie wél lang.

Het enthousiasme was aanvankelijk overweldigend.

*tranentrekkend muziekje naar eigen keuze hier invullen svp*

Maar aan mama's hand werd het al snel beter.

Mijn eerstgeborene in groep 3. Wát?! Ja dat ja.



Bring it on!!
(part one)

9 augustus 2011

CHESQWE

Ik ben erachtergekomen dat ik in 3 weken vakantie 2,5 dag zon heb gehad.
Dat is voor een minder stabiel persoon genoeg reden om jankend in apatische toestand heen en weer te gaan wiegen.
Iets wat ik de afgelopen dagen dan ook met veel overgave gedaan heb.
Toen moest ik naar een festival hier in ons stadje en dat was wel de moeite waard om tijdelijk met mijn oeverloze geween te stoppen.
Maar buiten dat bruisende weekend is het natuurlijk vreselijk en afschuwelijk komkommertijd.
En daar ga ik echt hele suffe dingen van doen.
Wat dan, Susy? We hangen nochtans aan je lippen!
Nou. Wordfeud bijvoorbeeld.
Echt waar. Eigenlijk durf ik het nauwelijks hier neer te zetten, ware het niet dat het een trending topic is op Twitter, wat dus betekent dat ik niet de enige ben die met Jan en Alleman aan het simultaanscrabbelen is.
Want dat is het hè. Scrabbelen. Online.
Jaja. En natuurlijk worden er hí-larisch grappige vieze woorden gelegd en zo liggen er in verschillende delen van Nederland een paar sneue onlinegamers in een deuk.
Lachen man.

Die Geartsje toch!

Overigens lag ik zelf gisteren ook in een deuk in de sportschool, als vrouwen van zesendertig dat eigenlijk nog wel mogen, in een deuk liggen.
(Naar de sportschool gaan mag zeker. Moet misschien zelfs.)
Ik zit daar dus op zo'n roeiapparaat met muziek in mijn oren en boven me hangt een televisie waar meestal Discovery of Animal Planet op te zien is.
Oh.
Ik heb al eens over Animal Planet geschreven, zie ik.
Anyway.
Gisteren was Mike Rowe bezig met zijn programma Dirty Jobs en u moet weten, ik vind Mike leuk.
Gebruind, gespierd, grappig en een immer olijke blik in zijn ogen.
Mike vindt zichzelf ook leuk. Is niet erg.
In Dirty Jobs doet Mike, nouja, een dirty job.
Meneer Wikipedia? ' Mike Rowe loopt in elke aflevering mee met professionals die een vies of opvallend beroep uitoefenen.'
Dank u.
Dat dus.
Het geluid van de sportschooltelevisie staat uit, dus ik kan niet luisteren naar Mike, alleen lezen en kijken.
Nu liep hij mee met mensen die zeeprikken vingen en die onderzochten. Ofzo.
Mocht de zeeprik in het Superdierenboek hebben gestaan, dan weet iedereen vást hoe zo'n ding eruit ziet.
Maar ik neem het zekere voor het onzekere; een zeeprik ziet er zo uit:



Juist.
Op z'n voordeligst als een douchekop en anders op een afgehakte penis.
Heel erg goor.
Goed.
De meneer die Mike introduceerde in de zeeprikkenwereld, pakte zo'n beest vast en liet hem aan Mike zien.
'Is dit zijn reet of z'n mond?' vroeg Mike met een opgetrokken wenkbrauw richting de camera.
Hier moest ik al grinniken. Ja, mijn humorstandaard ligt laag these days. Ik kan er ook niks aan doen.
'Je hebt estetisch geen beste dag als dit het eerste is dat je vraagt,' zei de meneer glimlachend terug.
Daarna trok Mike een paar handschoenen aan en nam de zeeprik van de meneer over.
Ze voerden een gesprekje over de ranzige eigenschappen van de vis terwijl het beest heen en weer kronkelde in Mike's handen.
Hij keek een moment ondeugend in de camera, nam de zeeprik als een microfoon in zijn hand en duwde deze onder de neus van de meneer.
Ja, ik vond dit allemaal enorm geestig, vooral omdat beide mannen onverstoorbaar doorpraatten alsof er geen happende alienachtige zuigmond tussen hen in spartelde en ze dit het hele gesprek volhielden met de zeeprik als microfoon, beiden met ernstige gezichten.
HAHAHA!
Ik zat dus hikkend van de lach op het roeiapparaat, lachend om iets wat niemand kon horen en met inachtneming van de gemiddelde leeftijd van de sportschoolbezoeker, ook niet kon zien.
Kwam nog bij dat ik mezelf óók niet kon horen, vanwege de Black Eyed Peas die in mijn oren schreeuwden over wat voor feeling ze hadden, dus ik probeerde het proesten binnensmonds te houden.

Jullie vinden dit allemaal niet zo grappig als ik hè?
Hm.
*denkt na*
Joh! Ik ontdekte vandaag een geinige ápp joh!
Ja!
Kun je dit mee:

Hansusy Kazan, mensen. Echt waar.

En dit kun je er ook mee.

De Aapaaldans.
Paalaapdans.
Daapaalans.

....